Sanskriete woorden die het onuitsprekelijke
uitdrukken – de Allerhoogste, de Absolute, de Transcendentale, de Goddelijke, God.
Hoe vaak heb ik gezegd, dat ik nooit over Babaji kan schrijven. Zo ver buiten
het uitdrukkingsvermogen, voorbij het bevattingsvermogen van de stoutste
voorstelling. De meest buitensporige fantasieën kunnen niet in zijn schaduw
staan. Eigenlijk weet ik niet wat hij is. Niemand kan hem doorgronden. Geen
woorden kunnen hem beschrijven. Woorden zijn van nature een beperking. Hij is
in ieder aspect grenzeloos. Toch voel ik een dringende noodzaak om hem met anderen
te delen, die open staan voor God – om degenen dit te vertellen, die naar God
hebben gezocht, naar realiteit hebben gezocht, naar vrede, bevrijding, Waarheid
in haar hoogste vorm – hen te vertellen over zijn aanwezigheid in sterfelijke
vorm en over zijn boodschap van Waarheid, Eenvoud en Liefde en de onafgebroken
gedachte aan Gods naam – deze lessen, die zelfs tegen atoombommen veiligheid
bieden, en toch zo simpel zijn, dichtbij jezelf en die de basis zijn van alle
religie.
Mijn eerste herinnering aan Babaji doemde op toen ik het
boek van Paramahamsa Yogananda las Autobiography of a Yogi. Babaji, de
onsterfelijke guru, is de Yogi-Christus van India, zoals Yogananda hem noemt,
Shiva Mahavatar (de hoogste vorm van God) "vlees geworden
goddelijkheid", "die zijn fysieke vorm van eeuw tot eeuw in stand houdt".
Hij is soms voor mensen zichtbaar, maar werkt dikwijls onzichtbaar aan de
verlossing van het menselijk ras (Autobiography, 295). Wie kan over hem
lezen, over zijn schoonheid, zijn kracht, zijn onaflatende liefde en
bescherming van zijn toegewijden zonder hem aan te roepen? Vooral omdat
Yogananda zegt, "Wanneer iemand met eerbied de naam van Babaji uitspreekt,
trekt die toegewijde direct een spirituele zegen aan" (Autobiography,
300).
Ik herinner me de hunkering die ik voelde om deze onsterfelijke
meester der meesters te zien, wiens jeugdige lichaam, dat prachtig en sterk is,
geen tekenen van ouderdom vertonen, maar een zichtbare glans uitstraalt. In die
tijd is de gedachte nooit bij me opgekomen, dat ik deze weergaloze ooit zou
ontmoeten, die van tijd tot tijd verschijnt en weer verdwijnt in het licht,
wiens "lichaam dat nooit vergaat en geen voedsel nodig heeft" (Autobiography,
300), die door anderen wordt gezien of herkend alleen wanneer hij dat wil. Het
beeld van Babaji was veruit het meest opwindende concept dat mijn zoekende
geest zich ooit had voorgesteld, maar – hoewel ik nooit aan de juistheid van
Yogananda's beschrijving had getwijfeld – liet de schijnbare onmogelijkheid om
dit goddelijk wezen ooit te ontmoeten het brandende verlangen in mijn hart
afnemen en de herinnering aan zijn bestaan weer in mijn onderbewustzijn zakken.
Ik geloof dat dit verlangen naar hem en de herinnering aan hem in al zijn
glorieuze schittering altijd in mijn subtiele gewaarzijn heeft gelegen, hetgeen
me niet toestond om vrede noch bevrediging in iets anders te vinden. Dat geloof
ik tenminste. Ik kan niet zeggen dat ik het weet. Zoveel dingen van Babaji kun
je aanvoelen als Waarheid in je hart. De geest of het verstand kan die dingen
niet weten. Deze zaken gaan voorbij aan de kennis van de geest.
Een aantal jaar nadat ik de Autobiography had
gelezen, hoorde ik dat Babaji in een fysieke vorm was en in de heuvels van het
Kumaon Gebergte leefde aan de voeten van de Himalaya's in India. Op hetzelfde
moment besloot ik, dat ik naar hem toe kon toegaan om hem te zien. Ik gaf het
door aan de school waar ik les gaf en vier maanden later zat ik in het
vliegtuig naar India. Mijn hoofd zat vol gedachten en verhalen over dit zuivere
licht, dat een menselijke vorm had aangenomen voor de verlossing van de mensheid.
Onderweg opende ik een kleine boekje van Yogananda, Spiritueel Dagboek,
dat ik juist had gekocht. De woorden voor die dag waren perfect.
Het komt omdat God wil dat ik
hier bij je ben en je naar Huis terug roep, waar mijn Geliefde is, waar Krishna
is en Christus en Babaji en waar de andere heiligen zijn. "Kom", zegt
God. "Ze verheugen zich allemaal in Me. Er is geen werelds plezier dat kan
worden vergeleken met het goddelijk plezier van mijn huis. Er is maar één Realiteit.
Dat is Hij. Vergeet de rest."
Ik herinner me die eerste
wandeling stroomopwaarts door het rivierdal naar de ashram van Babaji, waarbij
ik de heilige Gautama Ganga Rivier 10 of 12 keer overstak, over de witte stenen
liep met het water dat schitterde in de zon. Ik had het gevoel dat ik eindelijk
thuis kwam. Ik had nog nooit iets gevoeld dat zo bekend was. Het leek dat
iedere plek, waarvan ik ooit had gehouden hier werd weerspiegeld en een deel
was van dit geheel. Na een onmetelijke tijd, die bleek ongeveer anderhalf uur
te zijn, zag ik de ashram met de negen tempels aan één kant, die kleurrijk
oprezen uit de gouden Berg Kailash, de legendarische verblijfplaats van Lord
Shiva, omlijnd door een helder blauwe hemel. Aan de andere zijde stonden kleine
roze en witte gebouwtjes en een witte bolvormige tempel stond boven aan een
lange witte trap. Het zag er uit als een sprookjesland.
Toen hoorde ik iemand zeggen,
"Baba komt eraan". Ik herinner me alleen nog dat mijn hoofd aan zijn
voeten lag. Alles in mijn leven heeft sindsdien gerefereerd aan dit tijdstip.
Ik denk alleen nog in termen van vóór en na de ontmoeting met Babaji. Verder is
niets meer belangrijk. Het is nu meer dan twee jaar geleden sinds de dag dat
mijn ogen een feest hadden met zijn schoonheid, dat mijn oren zich voor het
eerst vulden met de zoete melodie van zijn stem, zijn lach, dat ik voor het
eerst het onvoorstelbare aroma van zijn aanwezigheid rook. Niets kan worden
vergeleken met het plezier om van hem te houden, met het verzinken van de geest
in gedachten over hem. Verzadiging lijkt onmogelijk, de fascinatie met alles
wat met hem te maken heeft is onvermijdelijk en is door niets anders voor te
stellen.
Zal ik je iets over zijn
schoonheid vertellen? Zoals met alles van hem, kunnen woorden het niet
beschrijven. Neti, neti. Hij is zo lichtgevend, als licht, als een wolk. Je
kunt die dingen niet onder woorden brengen. Hij verandert, soms van het ene
moment op het andere. Wat is die schoonheid? Je staart en staart ernaar en toch
kan de geest de oneindigheid van zijn natuur niet bevatten. Hij draagt zijn
sterfelijke vorm als een doek om zijn licht te bedekken. Hij wordt er niet door
gebonden. Hij verandert wanneer hij wil. Dit wordt duidelijk zichtbaar in de
foto's die van hem zijn genomen sinds zijn verschijning in 1970. De verschillen
zijn enorm.
Een Indiase heilige uit de 10de
eeuw, Devara Dasimayya, richt een gedicht aan Ramanatha (een naam voor Shiva,
die betekent "Rama is zijn Meester"), waarin hij de oplichtende, ondefinieerbare
kwaliteit van Babaji vangt:
Als
ze borsten en lang haar zien aankomen,
noemen ze het vrouw,
Als het een baard en een snor heeft,
noemen ze het man:
Maar
kijk, het Zelf
dat er tussenin zit
is man noch vrouw,
O Ramanatha.
(Speaking of Shiva, Penguin, Middlesex, England, 1973, p.133)
Hoewel Babaji in een mannelijk lichaam zit,
is zijn aspect als Goddelijke Moeder ontegenzeglijk. Je kunt niet bepalen of
hij een man of een vrouw is. Beide aspecten zijn in hem samengevloeid. De
schepper van alles bevat alles in hemzelf. De Vader, de Moeder, het Goddelijk Wezen,
dat onmetelijk verheven is boven iedere menselijke eigenschap. Dikwijls wordt
tijdens de eredienst een doek over zijn hoofd en schouders gelegd. Als hij dan
bewegingloos blijft zitten wordt hij met bloemen overdekt. Op die momenten
wordt zijn verschijning helemaal die van de Godin. Dan verdwijnt het mannelijke
aspect helemaal en is zijn schoonheid buitengewoon, als fijn gebeiteld marmer.
Mahantji, de hoofdpujari van de Hanuman tempel, een van de
grote tempels in Delhi, vertelt vele wonderlijke verhalen over Babaji, die
aantonen dat hij niet door tijd en ruimte gebonden is. Hij ging eens met Babaji
van Vrindaban, de speelplaats van Krishna, naar Madhuban. Nadat ze enige tijd
daar waren, werd het voedsel aan Babaji geofferd en door hem gezegend. Hij
vertelde de mensen dat degenen die met hem hadden gereisd het voedsel eerst
moesten gebruiken en daarna zouden de dorpsbewoners worden bediend. In plaats
van zich erbij neer te leggen, renden de dorpsbewoners op de beschikbare
plaatsen af. Toen iedereen zat, werd een wolk zichtbaar aan de hemel, die
altijd onbewolkt is. Binnen enkele minuten kwam er precies op die plek een
stortbui naar beneden. Babaji rende op en neer door de regen en Mahantji rende
hem achterna. Mahantji zag dat de regen niet op Babaji terecht kwam. Toen
Babaji weer op zijn verhoging ging zitten, kwam Mahantji vol modder op zijn
voeten, benen en kleding naast Babaji zitten. Op Babaji zat niet één
moddervlek.
Yogananda schreef over de spirituele staat van Babaji als
aan het menselijke bevattingsvermogen voorbij. "De dwergvisie van een mens
kan deze transcendentale ster niet bereiken". Misschien treffen we een van
de meest concrete aanwijzingen van de staat van zijn goddelijkheid aan in zijn
voetafdrukken. Van tijd tot tijd verschijnen op zijn voetzolen bepaalde
symbolen, die in de Indiaas spirituele traditie worden gekend als kosmische
tekens. Deze tekens zijn door talloze mensen verschillende keren gezien en zijn
zelfs gefotografeerd. De volgende tekenen werden geïdentificeerd:
De Sanskriete letter OM, die wordt beschouwd als de klank
van de schepping en die de essentie van het hele universum bevat; de Shesha
Naga (vijfkoppige slang), die de vijf zintuigen symboliseert, de vijf elementen
van de schepping en die naar zeggen ook de rustplaats is, waarop God heeft
gelegen, voordat de schepping van de wereld plaats vond; schelphoorns, die het
element van geluid symboliseren en bij erediensten worden gebruikt; een
drietand, het embleem van soevereiniteit, het symbool van Shiva; de kop van de
stier, Nandi, de assistent en het rijdier van Shiva; de Svastika, het symbool
van vrede en succes; een pauw; een lotus, symbool van goddelijkheid, die op het
water bloeit maar er nooit door wordt aangeraakt; Dhanusha, of de boog van
Shiva; de chakra of het wiel; de wassende maan, die wijst op volkomen
beheersing over de geest; alle tekens van de Dierenriem; de slang, die wijsheid
en eeuwigheid vertegenwoordigt, maar ook vrijheid van angst, en onsterfelijkheid;
de zon; een achthoek; een bijltje; een arend; het planetaire stelsel met de zon
en de maan in het centrum; en een mace (knots).
De avatars Rama en Krishna staan erom bekend dat ze deze
kosmische tekens op hun voetzolen hebben staan. De eerste keer dat zulke
symbolen werden gezien in de voetafdrukken van Babaji was vijf jaar vóór zijn
huidige verschijning. Hij verscheen ter gelegenheid van de installatie van een
tempel voor Amba in Banas Kada, Gujarat, op 25 mei 1965 en er werden op de
grond waar Babaji had gestaan een paar symbolen (een vlag, een achthoekig
teken, enzovoorts) aangetroffen. Deze tekens vervullen de voorspellingen van
lang geleden, dat Shiva – wanneer hij weer in menselijke gedaante zou
verschijnen – een litteken op zijn rechter onderbeen en linker bovenarm (zoals
Babaji heeft) zou hebben en de symbolen van Shiva en de Dierenriem op zijn
voetzolen zou hebben staan.
De naam Shiva wordt regelmatig genoemd in verband met
Babaji. Shiva is synoniem met OM. Shiva betekent eeuwigdurend blij en
goedgunstig, de schepper van het universum. Shiva wordt gezien als de God
zonder tweede, die zich sinds de schepping in zijn oorspronkelijke vorm door
deze wereld beweegt en eeuwigdurend waakt over het welzijn van de mensheid en
het universum. Hij wordt beschreven als altijd zuiver, onveranderlijk, zonder
attributen, alles doordringend, eeuwig, als de onsterfelijke essentie van het
universum, het universele Zelf, het zelfstralende licht van Lichten, en de
belichaming van wijsheid. Mensen zeggen dat Babaji God Shiva zelf is, de grote
God, de Mahadeva. Zijn enige wens is, naar men zegt, om de onwetendheid van zielen
te vernietigen en het licht te laten doorkomen. Wat Babaji is, of wat Shiva is
– iedere poging om hen in beeld te brengen is tevergeefs – ze zijn
onbevattelijk.
Als een schat verborgen
in de grond
smaak in de vrucht
goud in het gesteente
olie in het zaad
De Absolute verborgen
in het hart
Niemand kent
de wegen van onze Lord
Wit als jasmijn.
(Speaking
of Shiva, Mahadeviyakka, p. 115)
Datgene wat bekend is over het bestaan van Babaji
werd voor het eerst aan het moderne publiek bekend gemaakt door een beroemde,
Indiase huisvader en heilige, Lahiri Mahasaya (de guru van Sri Yukteswar, die
de guru was van Yogananda), die door Babaji werd ingewijd in Kriya Yoga en
verlichting kreeg in 1861. Aan de details van deze heilzame ontmoeting en het
bestaan van Babaji werd een grotere bekendheid gegeven door Yogananda in zijn Autobiography.
Hij omschrijft Babaji als iemand die het vermogen heeft om wat dan ook te doen
op ieder moment en in iedere mate van grootheid. Hij schrijft over deze lila's
(Sanskriet voor "spel van God") in zijn Autobiography, zoals
de materialisatie van een paleis in de Himalaya's vanuit zijn gedachtegolven, dat
verschijnt uit het licht en verdwijnt in het licht door zijn wilsbeschikking;
hij schrijft ook over zijn vermogen tot onmiddelijke genezing en het opwekken
van de doden.
Hoewel Babaji diverse keren aan hem verscheen, was Yogananda
zich niet bewust, dat Babaji gedurende de periode dat hij aan het schrijven was
in menselijke gedaante was verschenen. Tussen 1800 en 1922 was een van zijn
namen Haidakhan Baba, omdat hij veel tijd in het kleine dorp Haidakhan aan de
voeten van de Himalaya's doorbracht. Hij stond ook bekend als Shiva Baba.
In de 19de eeuwse Haidakhan Baba
gedaante, was Babaji in het gebied van de Himalaya's vermaard om zijn bovennatuurlijke
vermogens en goddelijke verschijning. Er worden veel verhalen verteld, dat hij
de doden opwekte, genezing gaf, tussen enorme vuren zat en ongeschonden bleef
na uren of dagen, dat hij op verschillende plaatsen tegelijk werd gezien, dat
hij voedsel aanbood dat niet in het betreffende seizoen groeide en dat hij onbekende
antieke talen schreef. In 1922 bezocht hij de raja van Ashkot, die –
toen Babaji vertrok – hielp zijn draagstoel de stad uit te dragen. Op de
samenloop van twee nabij gelegen rivieren liep Babaji het water in, nadat hij
had beloofd op zekere dag te zullen terugkeren voor de bevrijding van de mensheid.
Ooggetuigen hebben verklaard, dat hij in de lotushouding ging zitten, in licht
veranderde en verdween.
In de 48 jaar die daarop volgden verscheen Babaji af en toe
aan toegewijden, maar scheen geen fysiek lichaam te hebben. Degenen die hem
aanriepen met vertrouwen en toewijding werden gezegend met verschijningen en
visioenen, zoals blijkt uit talloze verhalen uit deze periode. Misschien was de
meest aanhoudende toegewijde van Babaji de grote heilige Mahendra Baba. Hij
besteedde praktisch zijn hele leven aan de zoektocht, de verering en de
liefdedienst van Babaji. Babaji was aan hem verschenen op zijn vijfde verjaardag
en had hem snoepgoed gegeven. Hij kon die goddelijke figuur niet meer vergeten.
Nadat hij zijn school had afgemaakt, ging hij de volgende 25 jaar besteden aan
een zoektocht naar Babaji in Tibet, Nepal en India, terwijl hij gebeden opzond
en zichzelf extreme boetedoening oplegde. Eindelijk in 1949 zag hij in het
bergstadje Almora aan de voeten van de Himalaya's een foto van Haidakhan Baba in
zijn voorgaande vorm [zie afbeelding hierboven]. Mahendra Baba herkende in dat
bovennatuurlijke wezen, dat 27 jaar eerder was verdwenen, de figuur van zijn
jeugdervaring. Babaji verscheen later weer aan Mahendra Baba, verlichtte hem en
gaf hem de instructie om zijn terugkeer in fysieke vorm voor te bereiden en aan
de wereld kenbaar te maken. Toen heeft Mahendra Baba de volgende twintig jaar besteed
aan de reparatie en wederopbouw van oude tempels en ashrams van Haidakhan Baba
in het noorden van India en het verzamelen, het inlichten en spiritueel
begeleiden van toegewijden ter voorbereiding op de terugkeer van Babaji.
Mahendra Baba was niet de enige die de komst van Mahavatar
Babaji voorspelde voor het jaar 1970. Een paar anderen ontvingen ook
onthullende informatie over de terugkomst van Babaji en publiseerden
gedetaileerde gegevens in het Hindi over hetgeen ging gebeuren. In 1970 kreeg
een man uit Noord-India een droom, waarin zijn overleden vader hem vertelde
naar een grot in Haidakhan te gaan, waar Babaji was verschenen. Hij ging er
naartoe en vond een jonge heilige. Het was Babaji.
De foto's die in de eerste jaren na zijn verschijnen zijn gemaakt
lijken sterk op de gelaatstrekken van Babaji, die door Lahiri Mahasaya waren
beschreven en die achtereenvolgens in het boek van Yogananda verschenen.
In 1970 en de eerste paar jaar erna leek
Babaji meer geest dan materie te zijn. Hij sprak nauwelijks in die dagen en zat
uren lang in meditatieve trance als een onbeweeglijk marmeren beeld. Toch,
wanneer een toegewijde aan zijn voeten knielde, hief hij dikwijls zijn hand op
met een zegenend gebaar. De mensen konden niet in zijn ogen kijken, want de
kracht was voor hen te groot. Veel mensen waren bang voor hem omdat hij zo ongenaakbaar
leek. Naarmate de jaren verstreken werd hij toegankelijker als hij ergens zat
en praatte, lachte en de ruimte met zijn aanwezigheid vulde. Mensen die hem
vanaf de vroege jaren hebben meegemaakt, zeggen dat hij zich heeft verborgen.
Het lichtlichaam, dat hij zo openlijk toonde na zijn eerste verschijning in
"sterfelijke vorm" laat hij nu nog aan enkelen zien in bijzondere
visioenen en dromen.
Datgene wat je observeert in de fysieke verschijning van
Babaji hangt af van hetgeen Babaji je wil laten zien. Sheila, een Indiase
toegewijde, ontmoette Babaji voor het eerst in 1972. Ze werd opgevoed in een
familie waar regelmatig allerlei heiligen en guru's over de vloer kwamen, maar
ze had een verzadigingspunt bereikt; ze was niet langer in die soort personen
geïnteresseerd. Op de een of andere manier ging haar wens om Babaji te zien overheersen.
Toen ze Babaji voor het eerst zag, sprak ze hem innerlijk aan. Ze vroeg hem of
hij zich aan haar wilde openbaren als hij was wat iedereen zei. Er volgde een
half uur waarin ze naar zijn gezicht zat te staren dat telkens veranderde alsof
het een kaleidoskoop was, van de ene vorm van God naar de andere, waarbij het
hele pantheon van Hindoegoden en andere godheden voorbij kwam. Ze zat zichzelf
voortdurend te knijpen om er zeker van te zijn dat ze niet zat te dromen.
Ik heb hem ook gezien met mijn fysieke ogen als de grote God
Shiva met blauwe huid en dreadlocks in een knot bovenop zijn prachtige hoofd
gelegd en zijn amandelvormige ogen als vijvers vol zegen. Eén keer heb ik zijn
gezicht gezien als Hanuman, de geliefde aapgod, waarvan wordt gezegd dat hij
een manifestatie is van Shiva – Hanuman die alle wensen van zijn toegewijden
inwilligt; die de grote dienaar is van God Rama en zijn metgezellin Sitaji; en
wiens perfectie van verering en dienaarschap lange tijd mijn ideaal is geweest.
Bij een andere gelegenheid heb ik zijn gezicht zien veranderen in dat van mijn
moeder. De uitmuntendheid van deze ervaring is bijna gelijk aan alle andere.
Je kunt zien waarom het zo moeilijk is om hem te beschrijven.
Met deze beperkingen in je hoofd kun je zeggen dat zijn voorhoofd buitengewoon
breed en hoog is. Zijn zwarte haar, dat glanst en wappert, herinnert je aan de
golven van de heilige Ganges, die – om de aarde niet met haar kracht te
vermorzelen – naar de Aarde valt via het haar van Shiva. Zijn ogen zijn donker
en sprankelend, lachend, vol zegen en met een oneindige diepte, die de hele
kosmos lijken te bevatten en te weerspiegelen. Het gevoel dat ik ervan krijg
lijkt enigszins op een uitzicht naar de hemel vanaf een hoge berg op een
heldere, maanloze nacht. Ik heb Babaji zich boos zien uitdrukken en boos
gehoord, maar ik heb nooit iets anders gezien dan zachtmoedigheid, mededogen en
liefde in zijn prachtige ogen, die een oceaan van vrede weerspiegelen. Zijn
neus die delicaat is en toch krachtig, flakkert wel eens een beetje, hetgeen me
aan de oerenergie doet denken en aan het plezier van een jong, wild veulen.
Zijn mond, evenals al zijn andere gelaatstrekken, is prachtig. Zijn gezicht is
vol, als de zon. Zijn schoonheid is niet van deze wereld.
Ik heb de Ene schone
lief
hij kent geen dood,
verval noch vorm
geen plaats en zijde
geen eind of geboorte.
Ik heb hem lief, O Moeder. Luister.
Ik heb de Ene schone
lief
zonder band noch angst
geen clan, geen land
geen grenzen
aan zijn schoonheid
(Allama
Prabhu, Speaking of Shiva, p.166)
Zijn lichaam is breed, soms behoorlijk groot van postuur.
Soms lijkt het alsof hij de aarde in zijn buik draagt. Hij vertelde eens aan
een toegewijde, dat hij er vijf babies in heeft zitten. Iemand legde dit uit
als de hele schepping, die bestaat uit vijf elementen: aarde, water, vuur,
lucht, ether. Een andere toegewijde had een ervaring waarin ze het lichaam van
Babaji binnenging en zag, dat zich daar het hele universum bevond.
Ondanks zijn belasting karakteriseert gratie al zijn bewegingen.
Als hij wandelt draagt hij soms een staf, waarbij zijn voeten als lotusbloemen
de grond niet lijken te raken. Soms laat hij geen voetsporen na. Toen hij
onlangs op een weegschaal ging staan, woog hij 75 kilo. Maar hij draagt zijn
gewicht als een wolk. Hij rent een heuvel op alsof er vleugels aan zijn voeten
zitten. Sommige mensen, die hem hebben gedragen, zeggen dat hij bijna niets
weegt. Een boek in het Hindi beschrijft de kosmische betekenis van ieder deel
van zijn fysieke lichaam. En wanneer hij zijn hoofd naar achteren gooit in een
uitbarsting van een schaterlach, of wanneer hij zijn hoofd licht heen en weer
wiegt ter aanvaarding van een vraag van een toegewijde, vult je hart zich met
een groter wordende liefde voor hem.
Het aroma van zijn aanwezigheid is onmiskenbaar, uniek.
Sommigen zeggen dat het lijkt op muskus, hoewel het iets is, dat ik nooit
eerder heb waargenomen. Het blijft eindeloos lang aanwezig op spullen die hij
heeft gebruikt, zijn sjaal, zijn kussen. Een toegewijde met wie Babaji enkele
dagen in Delhi was, vertelde me dat zijn goddelijk aroma zes maanden in de
kamer was blijven hangen en merkbaar was voor mensen die hem niet eens kenden
of van zijn bezoek hadden afgeweten. Toen ik het platform rond zijn kamer in
Haidakhan schoonmaakte was zijn aroma sterk aanwezig. Hij was op dat moment al
meer dan twee maanden weg.
Deze mooiste bloem van de schepping, een oceaan van zegen
zonder enige motief; waarom is hij naar de wereld gekomen? Voor wereldse mensen
is het onmogelijk de natuur van Babaji waar te nemen. Maar God heeft er een
paar, bij wie hij in het oor fluistert. Voor hen is hij naar de wereld gekomen.
Dit heeft hij gezegd,
Ik ben overal – in ieder van
je ademhalingen. Ik ben gekomen om jullie te helpen realiseren wat de eenheid
is achter de verdeling. Ik laat jullie een vrijheid zien die je je niet kunt
voorstellen. Je moet naar die eenheid zoeken, waar het bewustzijn heerst, dat
we allemaal één en dezelfde zijn. In alles wat je doet moet je harmonie zoeken.
Ik ben harmonie. Als jij vrede hebt, heb ik vrede. Als jij problemen hebt, heb
ik problemen. Als jij je zorgen maakt, maak ik me zorgen. Als jij blij bent,
ben ik blij. Wees blij. Heb vertrouwen. Alles staat of valt met vertrouwen.
Babaji is naar de wereld gekomen om de ketenen van het
verdriet van de mens weg te nemen, om hun hart en hoofd te veranderen, om de
gouden eeuw van Waarheid te brengen. Zijn les is afkomstig van zijn oneindige
genade en liefde. Zijn les is zo simpel, zo krachtig, in staat om alle zonden
van de wereld op te lossen, en is toch natuurlijk, zo dichtbij je eigen
essentie, de basis van alle religie.
De lessen van Babaji zijn drievoudig: (1) Leef je leven in
Waarheid, Eenvoud en Liefde; (2) Denk altijd aan God door Zijn naam te blijven
herhalen. Hoewel hij zegt, dat iedere naam van God die je aantrekt geschikt is,
leert hij dat de Maha Mantra of de hoogste naam van God is: Om Namah Shivaya.
Dit is de hoogste mantra, zegt hij. Het betekent "Ik eerbiedig Shiva"
of "Ik neem mijn toevlucht tot God". Herhaal deze woorden
voortdurend. Het zuivert het hart en de geest, zodat God erin kan verblijven.
(3) Doe je werk – karma yoga. Werk voor de mensheid, geef alles van jezelf aan
anderen, al je energie en hulpbronnen. Luiheid, zegt hij, is de dood, en
broedplaats van het kwaad. Door te werken en alles aan God op te dragen, bereik
je God.
OM NAMAH SHIVAYA
JAYA MAHAMAYA – KI JAYA!
Uitgegeven
door:
Haidakhandi
Samaj
Haidakhan Vishwa Mahadham
Via Kathgodam, District Nainital, UP 2631 26
India
Copyright © Babaji Net - www.babaji.net
Vertaling Copyright © 2008 I. Dasi – www.vrajabhakti.nl
Krishna | Shiva | Tempeldans